‘Hoe heurt het eigenlijk?’

‘HOE HEURT HET EIGENLIJK?’

Regelmatig komen er bij mij mensen over de vloer, kinderen en volwassenen. En aangezien er in mijn huis nogal wat beestjes wonen, trekt dat onvermijdelijk de aandacht. Zo hebben de cavia’s een hok met een beneden- en bovenverdieping. Het dak van de bovenverdieping staat altijd open. En als de cavia’s dan boven zitten, nodigt dat blijkbaar uit om je hand naar binnen te steken om te aaien.
Dat je ze graag wil aaien, vind ik natuurlijk niet zo vreemd, want aaien geeft een goed gevoel. Maar de cavia’s rennen dan steevast het trappetje af, weer naar beneden. “Oh, die zijn ook niet erg tam”, hoor ik dan altijd. Maar niets is minder waar. Mijn cavia’s zijn goed gesocialiseerd en wel degelijk ‘tam’, en ze vinden het zeker fijn om geaaid te worden, maar niet op deze manier.

omgangsregels
Voor cavia’s is een hand, die van boven op hen neerdaalt, heel bedreigend. Hun instinct zegt hen dat er gevaar dreigt. Het is voor hen hetzelfde als de klauw van een vogel, die hen wil grijpen en oppeuzelen. Dus vluchten ze. Hoewel onze cavia’s tot de gedomesticeerde huisdieren behoren, hebben ze hun natuurlijk instinct niet verloren.
Doe je het deurtje van het hok open en benader je de cavia’s met de hand vanaf de zijkant, dan blijven ze gewoon zitten en laten zich aaien. Maar dan moet je dat natuurlijk wel weten.
Het is een kwestie van je verplaatsen in een cavia en diens natuurlijke gedrag. Zo kun je dus leren hoe je een cavia, of een hond, of een paard moet benaderen. En zo kun je ook leren hoe je een ander mens het beste kunt benaderen.

Hoe hoort het eigenlijk? Begroet je een wildvreemde door hem om de nek te vliegen en een stevige kus op zijn of haar mond te drukken? Benader je iemand, stilletjes sluipend, van achteren, om vervolgens hard “BOE” te roepen in zijn oor? Kijk je iemand aan, als je kennismaakt? Geef je iemand een hand, als je je voorstelt? Maar geef je, als kind, een wildvreemde man ook zomaar een hand, of kruip je bij hem op schoot? Hoe groot moet de fysieke afstand van elkaar zijn, verschilt dat per situatie, wat zeg je wel en wat niet? En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wij, als volwassenen, hebben daar wel regels voor, normen en waarden, die overigens per cultuur en geloof kunnen verschillen. Het is aangeleerd gedrag.
En als kind moet je dat dus leren, hoe je met elkaar om hoort te gaan. Meestal gaat dat wel ‘vanzelf’, maar soms is dat toch wat moeilijker, bijvoorbeeld omdat je niet het goede voorbeeld krijgt, of omdat je last hebt van autisme, omdat je altijd te impulsief reageert of gewoon omdat je nu eenmaal moeite hebt om het goed te doen. Maar sociale vaardigheden kun je leren. En daar kunnen dieren zeker bij helpen. Want dat maakt oefenen gelijk een stuk leuker (als je tenminste van dieren houdt), en het is ook een stuk veiliger. Je wordt niet uitgelachen als je het fout doet. Je krijgt gewoon een nieuwe kans om het te proberen. En een dier is eerlijk, doet niet alsof. Het laat in zijn reactie duidelijk merken of je het goed hebt gedaan of niet.
Nu hoor ik u al zeggen: “Ja, maar, wij zijn geen cavia’s!” Natuurlijk zijn de omgangsregels bij dieren soms iets anders dan bij mensen onderling. Om met een dier te communiceren, moet je de taal van het dier spreken, je moet leren je te verplaatsen in dat dier. Zo had ik vandaag mijn bus geparkeerd op het erf van de boer, in wiens wei mijn paard en ezels staan. Daar ontmoette ik de hond van de boer. Zou ik de boer zelf ontmoet hebben, dan zou ik me naar hem toedraaien en hem aankijken en even een praatje maken. De hond kwam luid blaffend, zich groot makend, op me afgerend. Vanuit mijn ooghoek zag ik het haar op haar rug overeind staan. U moet weten dat dit een zwitserse sennenhond is, een waakhond, maar van het gemoedelijke type. Zij kent mij en ik ken haar. Hoewel ik uit ervaring weet dat ze me niet de kleren van het lijf zal scheuren, heb ik me toch enigszins van haar afgedraaid en haar niet aangekeken. In dit geval dus een verschil in benadering van de mens en de hond. Was ik haar op neutraal terrein tegengekomen, dan had ik de hond niet veel anders begroet dan de boer.
poot!Uit bovenstaand voorbeeld blijkt ook al dat sociale vaardigheden meer omvatten dan wat afgesproken regels over ‘hoe het heurt’, maar dat het ook van belang is dat je de situatie goed kunt inschatten en dat je je kunt verplaatsen in die ander. Je moet ook empathisch vermogen hebben. En ook deze dingen kun je leren door met dieren te werken.
Dus sociale vaardigheidstraining met een ezel, een hond of een cavia? Echt, het kan!
Meer weten? Neem dan contact met mij op.

Dit bericht is geplaatst in Coaching met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *